We hebben het vaak afwisselend over de overgang en menopauze maar wist je dat de menopauze maar 1 dag in je leven is?

De menopauze is het moment van je laatste menstruatie. Je kunt pas achteraf vaststellen wanneer de menopauze was want je moet hiervoor een jaar lang niet meer ongesteld zijn geweest. De oorzaak hiervan is dat de voorraad eicellen opraakt of een medische ingreep waarbij je als vrouw in de overgang gebracht bent. Gemiddeld zijn vrouwen 51 jaar met de menopauze. Dit is maar een gemiddelde en de leeftijd tussen de 45 en 56 jaar is normaal. Voor je 45e heb je een vroege menopauze en na je 56e een late menopauze. Als je aan de pil bent of andere hormonen gebruikt weet je niet wanneer je menopauze is of wanneer de overgang is gestart.

De overgang zelf is de hele transitie van je vruchtbare periode naar onvruchtbare periode als vrouw, deze fase duurt gemiddeld 7 a 10 jaar. 8 van de 10 vrouwen ervaart overgangsklachten waarvan 20% ernstige klachten ervaart.

De overgang start met de premenopauze. Dan vinden de eerste veranderingen plaats als haaruitval, moodswings, geheugenverlies, blaasontstekingen en aankomen in gewicht.

Daarna komt de perimenopauze, peri betekent dichtbij en dit is dan ook de fase tot aan de menopauze waarin de klachten het hevigst zijn. Eerst krijg je een steeds kortere cyclus, uiteindelijk gevolgd door een steeds langere cyclus omdat er dan cyclussen worden overgeslagen. Je merkt veranderingen in je menstruatiepatroon, zowel weinig als heftig bloedverlies, maar ook de opvliegers en nachtzweten zijn hier het heftigst.

Dan volgt de dag van de daadwerkelijke menopauze gevolgd door de postmenopauze, in deze fase blijf je de rest van je leven. Je klachten nemen af en je lichaam gaat op zoek naar een nieuwe balans en hormonale rust.

Ik zal in een volgend bericht delen welke overgangsklachten vaak voorkomen, misschien dat je klachten ervaart die je niet direct linkt aan de overgang. Gelukkig kun je ontzettend veel doen om je klachten te verminderen en lekkerder in je vel te zitten.

 

Bron: Lijf en Lijn & de Hormoonfactor